Patiëntenrechten 

     

 

UW POSITIE ALS PATIENT

De wetsvoorstellen patiëntenrechten van Hubert Brouns
in vergelijking met het wetsontwerp
betreffende de rechten van de patiënt

Bijna iedereen heeft wel eens te maken met de gezondheidszorg. Denk aan een bezoek aan uw huisarts, kinesitherapeut, tandarts of specialist. Ziek zijn is vervelend; u wilt er zo snel mogelijk van af en goed behandeld worden. Om dit te bereiken moeten patiënt en zorgverlener samenwerken. Om die samenwerking te bevorderen legde CD&V-Kamerlid Hubert Brouns in zijn wetsvoorstellen betreffende het medische zorgcontract, de rechten van de patiënt en het klachtrecht een aantal rechten en plichten vast.

  We vergelijken deze rechten en plichten nu met het (geamendeerde) wetsontwerp van mevrouw Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, betreffende de rechten van de patiënt.

1) Welke rechten en plichten heeft u ?

U heeft recht op informatie, maar ook het recht om niet te weten; u heeft recht op toestemming; recht op inzage in uw dossier; recht op privacy en recht om klacht in te dienen. Maar patiënten hebben naast rechten, ook plichten.

U moet een zorgverlener duidelijk en volledig informeren, zodat deze een goede diagnose kan stellen. Een andere plicht is, dat u binnen redelijke grenzen de adviezen van uw arts dient op te volgen. Uw gezondheid is ook uw verantwoordelijkheid. Vanzelfsprekend bent u ook verplicht de honoraria van de zorgverlener en de ziekenhuisfacturen te betalen.

Uw rechten vormen plichten voor de zorgverlener. Deze heeft naast plichten, zoals het verlenen van goede zorg en het informeren van zijn patiënten, ook rechten.
De arts heeft het recht zijn eigen beslissingen te nemen. Hij hoeft niet zonder meer te doen wat u hem vraagt. Zijn eigen deskundigheid en overtuiging spelen daarbij een belangrijke rol. Als hij vindt dat een bepaalde behandeling of geneesmiddel medisch niet nodig is, mag hij weigeren deze uit te voeren of voor te schrijven.

Het wetsontwerp bepaald eveneens het recht op informatie over de gezondheidstoestand, het recht op toestemming na informatie, rechten in verband met het patiëntendossier, het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht om klacht neer te leggen bij de bevoegde ombudsfunctie. Daarnaast wordt ook het recht op kwaliteitsvolle dienstverstrekking en het recht op vrije keuze van de beroepsbeoefenaar ( opgelet : de term omvat verscheidene zorgberoepen en is dus geen synoniem voor ‘arts’) vastgelegd.

Als patiënt heeft u de plicht uw medewerking te verlenen aan de beroepsbeoefenaar. Alleen dan is de beroepsbeoefenaar verplicht de bepalingen aangaande de rechten van de patiënt na te leven. Deze verplichting tot naleving van de wet geldt echter maar ten overstaan van de patiënten met wie hij in rechtsverhouding staat (dus patiënten die hij behandelt) en in de mate dat hij juridisch bevoegd is om de handelingen te stellen, die nodig zijn om de verplichtingen te kunnen nakomen. In het belang van de patiënt moet hij, indien de situatie erom vraagt, overleg plegen met andere beroepsbeoefenaars (multidisciplinair overleg).

Een verpleegkundige is bijvoorbeeld niet bevoegd om een diagnose te stellen en moet de informatie plicht in verband met de gezondheidstoestand dus niet nakomen.

Andere plichten van de beroepsbeoefenaar zullen bij de verdere bespreking van rechten en mogelijke situaties aangehaald worden. 

De beroepsbeoefenaar heeft het recht voorwaarden te stellen waaronder een kwaliteitsvolle dienstverstrekking ter beschikking wordt gesteld. Zo mag hij u vragen minder te roken. Uw recht op kwaliteitsvolle dienstverlening impliceert voor de beroepsbeoefenaar dat hij zich als een goede huisvader moet gedragen en aldus zal handelen in overeenstemming met de zorgvuldigheidsnorm. Hij moet echter niet aan alle mogelijke individuele behoeften tegemoet komen. Hij behoudt dus het recht eigen beslissingen te nemen en zijn deskundigheid en het daaraan verbonden beoordelingsvermogen blijven een cruciale rol spelen.

2) Wat verstaat men onder het recht op vrije keuze van beroepsbeoefenaar?

Dit recht wordt expliciet vastgelegd in het wetsontwerp en houdt in dat u het recht heeft zelf te kiezen op welke beroepsbeoefenaar u een beroep gaat doen. U mag dus gerust bv. meerdere artsen contacteren en vervolgens vrij kiezen met wie u een rechtsverhouding wenst aan te gaan.

Ook nadat u al een rechtsverhouding bent aangegaan (dwz een behandelende arts heeft gekozen , die u als patiënt heeft opgenomen) kan u nog altijd een tweede advies vragen. U kan uw keuze immers steeds herzien.

Beperkingen, opgelegd krachtens de wet, van de vrije keuze hebben te maken met de taak die bijvoorbeeld de controle-artsen (vb. bij langdurige ziekte of na arbeidsongeval) heeft.

De beroepsbeoefenaar mag tevens enkel met uw toestemming beslissen u niet verder te behandelen en over te dragen aan een andere beroepsbeoefenaar.

3) Wat betekent het recht op informatie ?

Als patiënt hebt u recht op informatie over uw ziekte en de mogelijke behandelingen. Alleen met voldoende informatie kunt u goed meedenken én meebeslissen over de behandeling.

De arts, tandarts of het ziekenhuis moet u over een aantal zaken informeren, vooraleer u wordt onderzocht of behandeld. U heeft het recht te weten wat er mis is met u, hoe ernstig uw toestand is en hoe dringend een eventuele ingreep is. De arts is verplicht u uit te leggen welke behandelingen mogelijk zijn en welke risico’s eraan verbonden zijn. U moet ook ongeveer weten hoeveel dit u zal kosten.

Het overbrengen van deze informatie zal van patiënt tot patiënt anders zijn. U kunt zelf richting geven aan het gesprek. Bijvoorbeeld door aan te geven dat u meer wilt weten over alternatieven voor de voorgestelde behandeling.

Als u er om vraagt, wordt deze informatie voor u op papier gezet zodat u ze achteraf nog eens rustig kan doornemen.

Soms denkt de arts dat een patiënt deze informatie niet wil horen, of zou kunnen verwerken. Dat is echter geen reden om deze niet te geven. Hij mag bepaalde zaken alleen achterhouden als hij er van overtuigd is dat de informatie schadelijk is voor u. Hij moet deze gegevens dan wel meedelen aan iemand van uw familie of aan uw vertrouwenspersoon.

Zoals in het eerste punt aangehaald, heeft u dus ook het recht om geen informatie over uw gezondheidstoestand te krijgen. De beroepsbeoefenaar is echter wel verplicht u in te lichten indien het niet meedelen van de informatie een ernstig nadeel oplevert voor uw gezondheid of die van anderen en mits hij vooraf een andere beroepsbeoefenaar heeft geraadpleegd en uw vertrouwenspersoon heeft gehoord ( cf. vraag 5 ).

In het wetsontwerp wordt bijkomend gesteld dat uw verzoek, om de informatie ook aan uw vertrouwenspersoon mee te delen of enkel het aan die persoon te zeggen, wordt opgeschreven in het patiëntendossier. Dit geldt ook voor de redenen die de beroepsbeoefenaar aanhaalt om u over uw toestand in te lichten.

  4) Wie is uw vertrouwenspersoon ?

Deze kiest u zelf. Het kan een familielid of een vriend zijn, maar in elk geval iemand die u vertrouwt om, wanneer u dit zelf niet kan, in uw plaats beslissingen over uw gezondheid te nemen. Bij opname in het ziekenhuis zal u steeds gevraagd worden een vertrouwenspersoon aan te duiden.

Over het aanstellen van een vertrouwenspersoon zijn er geen wettelijke bepalingen, wel moeten zijn persoonsgegevens in het patiëntendossier worden genoteerd, in het geval u wil dat aan hem informatie (ook) wordt meegedeeld (cf. laatste al.vorige punt). U wordt dus niet automatisch, bv. op de eerste dag van hospitalisatie gevraagd hieromtrent een formulier in te vullen.

Opgelet : ‘vertrouwenspersoon’ is niet hetzelfde als ‘vertegenwoordiger’ ! U kan een vertegenwoordiger aanstellen door schriftelijk vast te leggen dat persoon X akkoord gaat om in uw plaats op te treden, indien u niet (meer) in staat bent uw rechten zelf uit te oefenen. Zowel u als uw vertegenwoordiger moeten dit geschrift ondertekenen en tevens moet de datum vermeld zijn. Elk van u kan echter op deze beslissing terugkomen (opnieuw via een ondertekend geschrift, met vermelding van datum).

Als u geen vertegenwoordiger hebt of hij laat niets van zich horen op het moment hij uw rechten moet verdedigen, dan vraagt men het aan de samenwonende partner. Indien deze ontbreekt of het niet wenst te doen, vraagt men het achtereenvolgens aan een meerderjarig kind, één van uw ouders, een meerderjarige broer of zus. Indien niemand van hen voor uw belangen opkomt of in geval van conflict tussen opgesomde personen, heeft uw beroepsbeoefenaar de plicht in uw belang op te treden.

5) Wat indien u niet wilt weten hoe ziek u bent ? (cf. vraag 3)

Indien u bepaalde zaken liever niet wil weten, kan u de arts vragen deze informatie niet aan uzelf maar aan uw vertrouwenspersoon mee te delen. De arts moet op uw vraag ingaan, tenzij hij meent is dat het belangrijk is dat u wel op de hoogte bent, bv. in het geval u lijdt aan een besmettelijke ziekte.

In het wetsontwerp wordt bijkomend gesteld dat uw verzoek, om de informatie ook aan uw vertrouwenspersoon mee te delen of enkel het aan die persoon te zeggen, wordt opgeschreven in het patiëntendossier. Dit geldt ook voor de redenen die de beroepsbeoefenaar aanhaalt om u over uw toestand in te lichten.

6) Mag de arts u  onderzoeken of behandelen zonder uw  akkoord ?

Neen, tenzij het een noodgeval betreft, mag hij geen onderzoek, ingreep of behandeling uitvoeren zonder uw toestemming. U beslist zelf of u wel of niet behandeld wilt worden.
Om de juiste beslissing te kunnen nemen, moet u goed geïnformeerd worden over de voorgestelde behandeling en mogelijke bijwerkingen. Uw recht op informatie hangt dus nauw samen met de eis dat u uw toestemming moet geven voor een behandeling.

Normaal gezien wordt u geacht akkoord te gaan en dus stilzwijgend toe te stemmen indien u zich niet verzet. In een aantal gevallen moet de arts u echter om een schriftelijke toestemming vragen. Dit is het geval wanneer de medische handeling grote risico’s inhoudt, wanneer ze onomkeerbare gevolgen heeft of van experimentele aard is. Een schriftelijke toestemming is ook nodig voor ingrepen die weinig of niets met uw gezondheid te maken hebben, bv. plastische chirurgie.

Uw toestemming moet uitdrukkelijk zijn, behalve indien de beroepsbeoefenaar uw toestemming uit uw gedrag kan afleiden. Er wordt geen onderscheid gemaakt in onderzoeken of behandelingen waarvoor steeds een schriftelijke toestemming nodig is. Wel wordt op uw verzoek of op dat van de beroepsbeoefenaar, en met de instemming van één van u beiden, de toestemming schriftelijk opgesteld en toegevoegd aan het patiëntendossier.

7) Wat als u zich bedenkt en u de ingezette behandeling wil stopzetten ?

Dat is uw goed recht. U kan op elk moment uw toestemming weer intrekken.
In dat geval zoekt u samen met uw arts naar een andere behandeling, maar u kan ook afzien van verdere behandeling. U moet er wel rekening mee houden dat een behandeling soms afgemaakt moet worden of pas na enige tijd gestopt kan worden.

U heeft inderdaad het recht niet in te stemmen met een behandeling of een reeds gegeven toestemming in te trekken. Op uw verzoek of op verzoek van uw beroepsbeoefenaar zet men dit op papier en voegt men dit toe aan het patiëntendossier.

8) Mag de arts uw 14-jarige dochter buiten uw weten de pil voorschrijven ?

Neen, de arts heeft daarvoor uw toestemming nodig.

Voor de medische behandeling van kinderen onder de 16 jaar moeten de ouders hun toestemming geven. Naargelang de leeftijd, zal ook rekening worden gehouden met de mening van uw kind. Zijn uw kinderen ouder dan 16, dan volstaat het dat zij hun uitdrukkelijke toestemming geven opdat de arts de behandeling kan inzetten.

Er wordt geen leeftijdsgrens bepaald. De algemene regel is dat de ouders of voogd van een minderjarige patiënt de rechten uitoefenen. Een minderjarige is immers, juridisch gezien, volledig handelingsonbekwaam. De minderjarige wordt wel betrokken bij de uitoefening van zijn rechten, en dit rekeninghoudend met zijn leeftijd en maturiteit. Een minderjarige die tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat wordt geacht (door de beroepsbeoefenaar), kan zijn rechten zelfstandig uitoefenen.

9) Wat wanneer u in coma valt ? Wie beslist dan wat er met u gebeurt ?

Indien u vooraf een vertrouwenspersoon hebt aangeduid, zal de arts met hem of haar overleggen welke beslissingen moeten genomen worden. Heeft u geen vertrouwenspersoon aangeduid, dan zal uw man of vrouw, één van uw ouders of uw meerderjarige kinderen in uw plaats moeten toestemmen. In principe is de arts verplicht de beslissing van uw vertrouwenspersoon, echtgenoot of familielid te volgen, maar, wanneer hij meent dat deze beslissing niet in uw voordeel is, kan hij ervan af wijken. Hij moet dan wel het advies van een collega vragen.

Wanneer de arts het aangewezen acht een ingrijpende handeling met grote risico’s te stellen of een experimentele therapie toe te passen, moet hij bovendien het advies vragen van een college van personen, dat nagaat of dit wel in uw belang is.

De opmerking onder vraag 4, in verband met het verschil tussen vertrouwenspersoon en een wettelijke vertegenwoordiger, is hier op zijn plaats. De procedure zoals beschreven in de wetsvoorstellen is van toepassing, maar het gaat niet om een vertrouwenspersoon maar wel om een vertegenwoordiger ! Hij neemt namelijk beslissingen in uw plaats, in uw belang, wanneer u in een situatie verkeerd waarin u niet zelf uw rechten kan doen gelden.

U als patiënt wordt toch zoveel als mogelijk en in verhouding tot uw begripsvermogen betrokken bij de uitoefening van uw rechten.

10) Kan u op voorhand bepaalde zaken laten vastleggen voor het geval u niet in staat bent om zelf te beslissen ?

Als u in een situatie terecht komt waarin u niet meer voor uzelf kunt beslissen, kan het belangrijk zijn dat de arts weet wat u in een dergelijk geval zou hebben gewild. U kan dan ook op voorhand, al of niet schriftelijk, uw wensen kenbaar maken en stellen dat u bepaalde behandelingen niet wenst. De arts zal, wanneer de situatie zich voordoet, rekening houden met uw wensen, maar hij mag er, in uw belang, toch van afwijken. Het is bv. mogelijk dat, sinds u laatst uw wensen uitdrukte, nieuwe, minder ingrijpende technieken tot stand zijn gekomen, waardoor u misschien anders zou beslissen. 

Vooraf (dwz toen u nog in staat was uw rechten uit te oefenen) uitgedrukte wensen in verband met het bv. weigeren van een bepaalde behandelingen moeten schriftelijk kenbaar gemaakt worden. De beroepsbeoefenaar moet uw wensen steeds eerbiedigen en dit tot zolang u ze niet herroept, op een moment dat u in staat bent uw rechten uit te oefenen.

Wanneer in een spoedgeval er geen duidelijkheid is of u (of uw vertegenwoordiger) voorafgaandelijk een schriftelijke wilsuitdrukking heeft opgesteld, voert de beroepsbeoefenaar iedere noodzakelijke tussenkomst uit in het belang van uw gezondheid. De beroepsbeoefenaar vermedt dit eveneens in uw dossier.

11) Mag u uw dossier inzien ?

Van iedere patiënt wordt een medisch dossier bijgehouden. Hierin staan alle gegevens die betrekking hebben op uw behandeling. Omdat het dossier gaat over úw lichaam en gezondheid kunt u het uiteraard inzien, met uitzondering van de gegevens die niet over uzelf gaan. Omdat de gegevens in uw dossier uiteraard geschreven zijn door een medicus en zijn vaktaal niet steeds verstaanbaar is, zal u bij de inzage worden bijgestaan door een arts. U mag deze zelf kiezen. Hij moet de gegevens voor u in begrijpelijke woorden omzetten. U kan een kopie van een of meerdere stukken van uw dossier vragen. De arts mag hiervoor een kleine vergoeding aanrekenen.

U heeft rechtstreeks inzagerecht in uw dossier : u bent dus niet verplicht u te laten bijstaan door een arts, u kan dit wel vragen indien u dat liever heeft. Ook aan uw vertrouwenspersoon die geen arts of beroepsbeoefenaar is, kan u de toelating geven om uw dossier in te kijken. Ten laatste binnen de 15 dagen na ontvangst van uw vraag tot inzage, moet men u (of vertrouwenspersoon) het dossier laten zien.

De gegevens die betrekking hebben op derden zijn voor niemand toegankelijk. Indien uw vertrouwenspersoon een beroepsbeoefenaar is, heeft hij wel inzage in de persoonlijke notities.

U kan inderdaad, tegen vergoeding, een kopie krijgen, al dan niet van het geheel.

12) Uw huisarts weigert u een kopie van uw medisch dossier want hij wil niet dat u deze gegevens aan uw osteopaat toon. Kan dat ?

U heeft tevens het recht een kopie van de stukken te bekomen. Wanneer uw huisarts dit aanhoudend weigert en u dit niet met hem kan uitpraten, kan u ook terecht bij de klachtencommissie. Uw huisarts is immers verplicht zich bij een klachtencommissie in de buurt aan te sluiten. De klacht dient u per brief of fax in te dienen.  

Uit het vorige punt blijkt dat u recht heeft op een kopie, maar de beroepsbeoefenaar behoudt het recht u een afschrift te weigeren indien hij denkt dat u onder druk werd gezet dit afschrift aan derden te geven.

13) Wat houdt het recht op privacy in ?

De arts moet vertrouwelijk met uw persoonlijke gegevens omgaan. Hij mag niemand anders iets vertellen, dat hoort bij zijn beroepsgeheim. Om uw privacy nog verder te garanderen staat in het wetsvoorstel ook dat medische handelingen uitgevoerd moeten worden zonder dat derden dat kunnen zien, tenzij u met hun aanwezigheid ingestemd heeft. Personen wiens medewerking beroepshalve nodig is bij de uitvoering van de behandeling, mag men echter niet onder ‘derden’ rekenen !

Het wetsontwerp treft analoge bepalingen.

14) Wat indien er iets mis loopt ?

De meeste patiënten vinden dat ze goed zijn behandeld en hebben een goede relatie met de zorgverlener. Soms gaat er echter iets mis. U vindt bijvoorbeeld dat u onzorgvuldig of verkeerd bent behandeld. Dat is zeer vervelend. Daarom is het belangrijk om er iets mee te doen, om te proberen het probleem aan te kaarten. Klagen is niet altijd even makkelijk. U heeft misschien schrik dat klagen de relatie met uw arts schaadt. Terwijl ook de arts of andere zorgverlener het belangrijk vindt om te horen dat u niet tevreden bent over de behandeling. Uw klacht geeft hem de kans iets te herstellen en te verbeteren. Dat kan ook andere patiënten ten goede komen. Krop uw klachten dan ook niet op, maar uit ze.

Als u een klacht hebt, is het zinvol er eerst met uw zorgverlener over te praten. Veel klachten ontstaan door misverstanden, die in een gesprek rechtgezet kunnen worden.
In sommige gevallen is er echter al zoveel gebeurd dat een gesprek niet meer helpt. In dat geval kan u een klacht indienen.

Het wetsvoorstel voert een goede en makkelijk toegankelijke klachtenregeling in. Zo kunt u altijd ergens met uw klacht terecht, zonder dat u een advocaat onder de arm hoeft te nemen om u rechten voor de rechter op te eisen.

U heeft inderdaad het recht een klacht, in verband met de schending van uw rechten als patiënt door een beroepsbeoefenaar, neer te leggen bij de bevoegde ombudsfunctie. De ziekenhuizen zullen via een andere bepaling aangezet worden tot de oprichting van dergelijke ombudsfunctie door te stellen dat ze anders niet erkend zullen worden.

Met klachten ten aanzien van de zorgverleningsinstelling (bv. onvriendelijk onthaal in het ziekenhuis, lange wachtlijst, lange wachttijd bij onderzoeken, …) kan u dus niet terecht bij de ombudsfunctie.

15) Wat kan de ombudsman voor u doen ?

In elk ziekenhuis wordt een ombudsdienst opgericht. Wanneer u vragen heeft over uw rechten kan u hier terecht. Ook wanneer u ergens ontevreden over bent, kan u de hulp inroepen van de ombudsdienst. Uzelf of uw familieleden kunnen dit per brief of fax doen, of persoonlijk aan de ombudsman. Dit kost u niets.

De ombudsman zal uw klacht registreren en nagaan hoe deze het best en zo snel mogelijk kan worden opgelost. Met uw toestemming kan hij ook uw medisch dossier inkijken.

Hij kan zowel met u als uw zorgverlener gaan praten. Zijn bemiddeling is erop gericht het vertrouwen tussen u beiden te herstellen. Zo kan hij bv. voorstellen eens samen te zitten om het conflict uit te praten. U bent niet verplicht om op de voorstellen van de ombudsman in te gaan. Hij is er om u te helpen en wat u hem vertelt, moet hij voor zichzelf houden. Hij is gebonden door zijn beroepsgeheim.

De ombudsdienst tracht de communicatie tussen beroepsbeoefenaar en patiënt te bevorderen en zo klachten te voorkomen en bemiddelt bij klachten in verband met de uitoefening van uw rechten en probeert een oplossing te bereiken. Indien er geen oplossing gevonden wordt, licht hij u in over de verdere mogelijke afhandeling van de klacht, hij verstrekt u informatie over de organisatie, werking en procedureregels van de ombudsfunctie. Tot slot kan hij aanbevelingen formuleren ter voorkoming van een herhaling van de tekortkomingen die aanleiding gaven tot de klacht.

De principes van onafhankelijkheid, beroepsgeheim, deskundigheid, juridische bescherming en de regeling van de organisatie, werking, financiering, procedureregeling en gebiedsomschrijving zullen in een KB bepaald worden.

Met klachten ten aanzien van ambulante beroepsbeoefenaars kan u nergens terecht. Hiervoor zouden ook ombudsfuncties komen, maar die werden niet in het ontwerp opgenomen.

16) En als de ombudsdienst u niet kan helpen ?

Wanneer de ombudsman er niet in slaagt om samen met u tot een bevredigende oplossing te komen, kan u hogerop gaan met uw klacht en deze voorleggen aan een klachtencommissie buiten het ziekenhuis. U kan dit het best doen via de ombudsman.

Deze commissie, waarin mensen van de mutualiteit, van de verzekering, een aantal artsen en andere zorgverleners, alsook van de plaatselijke ziekenhuizen zitten, zal uw klacht onderzoeken. De persoon of instelling waartegen u een klacht indient, mag geen deel uitmaken van de commissie.

Indien u dit wilt, kan u uw klachten aan de commissieleden verduidelijken. Zij kunnen ook het ziekenhuis of de zorgverlener, tegen wie u de klacht indiende, vragen stellen. De commissie heeft twee maanden de tijd om een uitspraak te doen over uw klacht. U krijgt hiervan schriftelijk bericht.

Een beroepsinstantie werd ook niet voorzien. Er is alleen voorzien dat, bij gebrek aan een bevoegde ombudsfunctie in het ziekenhuis, de Federale Commissie (die door een andere bepaling door het wetsontwerp wordt opgericht) zou kunnen dienst doen.

De commissie moet als een aanspreekpunt voor de ombudsfuncties fungeren en tezelfdertijd zal zij ook klachten kunnen behandelen met betrekking tot de werking van de ombudsfuncties, zonder evenwel een beroepsinstantie te zijn ivm individuele klachten die aan de ombudsfunctie van een ziekenhuis, door U werden voorgelegd.

U kan dus niet naar de commissie stappen om daar een klacht neer te leggen over bv. de laattijdige of onzorgvuldige behandeling van uw klacht, die u bij de ombudsfunctie van uw ziekenhuis heeft ingediend. U kan daar ook niet in beroep gaan indien u niet tevreden bent over de afhandeling (oplossing) van uw klacht door de ombudsfunctie.

Er is ook niet geregeld wie het initiatief moet nemen tot oprichting van de commissie, aan welke voorwaarden zij moet voldoen, hoe zij gefinancierd wordt, of zij regionaal zullen opgericht worden, …. .

Bovendien is de verhouding tussen de ombudsfuncties in de ziekenhuizen en de federale commissie niet geregeld.

Hoe zal deze ombudsfunctie-commissie zijn samengesteld? Zal hierin een rol weggelegd zijn voor vertegenwoordigers uit de ziekenfondsen? De private verzekeraars worden hier niet meer vermeld.

Of u zelf, als patiënt, een klacht in verband met bv. de slechte werking van de ombudsdienst  kan uiten of u zich kan laten bijstaan door een vertrouwenspersoon of advocaat is ook niet geregeld.  Of het dossier bij de ombudsfunctie met toestemming van de patiënt zal kunnen worden ingezien door derden is evenmin bepaald.

17) Kan u een schadevergoeding bekomen bij de klachtencommissie?

Ja, dit is mogelijk op voorwaarde dat (de verzekeraar van) het ziekenhuis of de zorgverlener ermee akkoord gaat. De uitspraak van de klachtencommissie is immers niet bindend. De klachtencommissie kan een voorstel in die zin doen maar kan het ziekenhuis of de arts niet verplichten om u een schadevergoeding te betalen. U moet de uitspraak van de klachtencommissie eigenlijk zien als een voorstel van oplossing, dat door een groep van betrokken instanties is uitgewerkt, en dat vooruitloopt op een eventuele beslissing van de rechter.

Beslist de klachtencommissie dat uw klacht geen aanleiding geeft tot een vergoeding en u blijft overtuigd dat u daar wel recht op heeft, staat u natuurlijk niets in de weg om naar de rechter te stappen. U moet dan wel weten dat dit proces lang kan aanslepen en veel kosten met zich meebrengt, terwijl niets garandeert dat de rechter anders zal beslissen dan de klachtencommissie.

Aangezien het klachtrecht en de klachtencommissie uit het wetsvoorstel niet in het wetsontwerp voorkomen, is er dus ook geen regeling betreffende mogelijke schadevergoeding.

18) Bij uw ingreep in het ziekenhuis is iets misgelopen. Van wie kan u een schadevergoeding eisen; de anesthesist, de chirurg of het ziekenhuis?

Als u in een ziekenhuis schade heeft ondervonden van een behandeling, hoeft u voortaan niet meer eerst uit te vissen wie precies fouten heeft begaan. Het wetsvoorstel voorziet dat u klacht kan indienen op een centraal punt: het ziekenhuis.

Het ziekenhuis is aansprakelijk voor tekortkomingen begaan door de er werkzame beroepsbeoefenaars, in verband met de eerbiediging van uw rechten als patiënt. Uitzondering hierop zijn echter de tekortkomingen begaan door beroepsbeoefenaars ten aanzien van wie het ziekenhuis het anders heeft bepaald.

U kan de informatie over de rechtsverhouding, tussen het ziekenhuis en de beroepsbeoefenaars die in het ziekenhuis werken, opvragen.

Het opleggen van centrale aansprakelijkheid wijzigt immers niets aan de bestaande aansprakelijkheidsverhoudingen tussen beroepsbeoefenaars en de instelling. Het ziekenhuis kan zich immers te allen tijde op de zorgverlener verhalen indien deze mede aansprakelijk wordt bevonden voor de veroorzaakte schade. Voor u zou de materie echter veel eenvoudiger worden : het ziekenhuis fungeert als centraal aanspreekpunt, zodat u als patiënt niet alleen staat op uw zoektocht naar de verantwoordelijke (aansprakelijke) persoon/instantie voor de schade / fout.