Patiëntenrechten 

     

 

DE UITVOERING VAN DE WET OP DE PATIENTENRECHTEN:
de ombudsfunctie in ziekenhuizen en de Federale Commissie ‘Rechten van de Patiënt’ van naderbij bekeken.

Even opfrissen …

De wet op de patiëntenrechten dateert van 22 augustus jongstleden en verscheen op 26 september in het Belgische Staatsblad.

Naast de begripsbepaling (van ‘patiënt’-‘gezondheidszorg’- ‘beroepsbeoefenaar’), het toepassingsgebied van de wet (privaat- en publiekrechtelijke rechtsverhoudingen) en de naleving (afdwingbaarheid van de rechten) van de wet vindt men in art. 5 t/m 11 de individuele patiëntenrechten zelf : kwaliteitsvolle dienstverlening, vrije keuze van de beroepsbeoefenaar, informatie over gezondheidstoestand (welke info, wijze van infoverstrekking, recht op niet-weten, therapeutische exceptie), toestemming na informatie (principe van toestemming, aard info, wijze infoverstrekking, weigering-intrekking, spoedgevallen), patiëntendossier (dossier, inzage, afschrift, rechten van nabestaanden), bescherming persoonlijk levenssfeer en tot slot het neerleggen van klachten bij bevoegde ombudsfunctie (opdrachten, voorwaarden)

De uitoefening van deze rechten gebeurt in principe door de patiënt zelf, maar onder meer minderjarigen en meerderjarigen onder statuut van verlengde minderjarigheid of onbekwaam verklaarden krijgen wettelijke vertegenwoordigers.

Tevens wordt er een federale commissie ‘Rechten van de Patiënt’ opgericht en brengt men een wijziging aan in de ziekenhuiswet, mbt medische aansprakelijkheid, in de privacywet, mbt kennis persoonlijke gezondheidsgegevens en in de wet op de landverzekeringsovereenkomst.

Klachtenbehandeling via de ombudsfunctie in ziekenhuizen en de federale commissie

De ombudsfunctie die bij artikel 11 in het leven geroepen wordt is echter weinig te weinig uitgewerkt. De Koning krijgt een lijst van machtigingen aangaande de voorwaarden waaraan de ombudsfunctie moet voldoen. De principes van onafhankelijkheid, beroepsgeheim, deskundigheid, juridische bescherming en de regeling van de organisatie, werking, financiering, procedureregeling en gebiedsomschrijving zullen in een KB bepaald worden.

Dit artikel dient tevens gelezen te worden samen met art. 17 : de ombudsfunctie moet gezien worden als een  erkenningsnorm voor ziekenhuizen. De Raad van State wijst er echter op dat de federale wetgever niet bevoegd is inzake erkenningsnormen en hij dus dergelijke verplichting niet kan opleggen. De gemeenschappen zijn inzake het ziekenhuiswezen bevoegd voor o.a. de erkenning. De vraag stelt zich dan ook hoe de oprichting zal worden afgedwongen.

De minister zegt dat het geen problemen stelt zolang de ombudsfunctie maar beperkt blijft tot klachten aangaande de relatie patiënt-beroepsbeoefenaar.

Wij menen aldus dat artikel 11 ontoereikend is aangezien klachten ivm onvriendelijke bejegening, wachtlijst, … niet behandeld kunnen / mogen worden.

Daarbij komt dat in het artikel geen duidelijkheid gegeven wordt over de al dan niet bindende kracht van een uitspraak van de ombudsfunctie. De memorie van toelichting zegt dat ‘de patiënt de garantie geboden wordt dat zijn klacht opgevangen wordt en dat daaromtrent bemiddelend wordt opgetreden’. De Raad van State adviseerde dit dan ook duidelijk in de tekst van het wetsontwerp op te nemen, wat niet gebeurd is.

Wat met klachten ten aanzien van ambulante beroepsbeoefenaars? Hiervoor zouden ook ombudsfuncties komen maar die zijn niet in de  wet opgenomen. Er is alleen voorzien bij ontstentenis een ombudsfunctie van de Federale Commissie (die in artikel 16 wordt opgericht) zou kunnen dienstdoen (momenteel gebeurt behandeling dergelijke klachten door ziekenfondsen).

De commissie moet als een aanspreekpunt voor de ombudsfuncties fungeren en tezelfdertijd zal zij ook klachten kunnen behandelen met betrekking tot de werking van de ombudsfuncties, zonder evenwel een beroepsinstantie te zijn ivm individuele klachten die aan de ombudsfunctie van een ziekenhuis werden voorgelegd.

De ‘ombudsfunctie’ van artikel 16 zou een soort vangnet zijn, maar er is niet geregeld wie het initiatief moet nemen tot oprichting van (regionale ?) ombudsfuncties, aan welke voorwaarden zij moeten voldoen, hoe zij gefinancierd worden …. Bovendien is de verhouding tussen de ombudsfuncties in de ziekenhuizen en de commissie van artikel 16 niet geregeld.

Het bevoegdheidsprobleem zorgt er bovendien voor dat een federaal geregelde ombudsfunctie zich bijv. niet kan uitspreken over klachten met betrekking tot de administratieve organisatie in het ziekenhuis, zoals al eerder aangehaald.

Hoe zal deze ombudsfunctie - commissie zijn samengesteld? Zal hierin een rol weggelegd zijn voor vertegenwoordigers uit de ziekenfondsen? De private verzekeraars worden hier niet meer vermeld.

Ten slotte kan men zich afvragen hoe deze ombudsfunctie zich zal verhouden tot de instantie die in het kader van een objectieve aansprakelijkheid zal worden gecreëerd om de klachten te behandelen inzake medische ongevallen.

A fortiori is ook niet geregeld wie de klacht kan uiten of de patiënt zich kan laten bijstaan bijv. door een vertrouwenspersoon, of het dossier bij de ombudsfunctie met toestemming van de patiënt zal kunnen worden ingezien door derden, etc

Kortom, nu de wet zo vaag blijft over de in artikel 11 bedoelde ombudsfuncties, valt te vrezen dat het nog een hele tijd zal duren voor deze ombudsfuncties er effectief zullen zijn.

Bij de wet wordt dus een ‘federale ombudsdienst’ opgericht die de klachten van de patiënten zal behandelen bij gebrek aan ‘bevoegde ombudsfuncties’. De toekomst zal het moeten uitwijzen, maar als deze ‘federale ombudsdienst’ er eerder komt dan de ombudsfuncties bedoeld in artikel 11, is dit geen goede zaak. Een federale ombudsdienst kan, bij gebrek aan inzicht in de lokale of regionale problemen onmogelijk even efficiënt tussenkomen in de bemiddeling van klachten. Het centraliseren van patiëntenklachten gaat in tegen de bedoeling om de ‘communicatie’ binnen de relatie patiënt-beroepsbeoefenaar te stimuleren. De vermoedelijk overbelasting van de federale ombudsdienst zal de bureaucratische afhandeling enkel maar versterken.  

 

CD&V – wetsvoorstellen komen tegemoet aan de verzuchtingen van het Vlaams Patiëntenplatform …

De klachtenbehandeling uitgewerkt in wetsvoorstel nr 45 van Dhr. Brouns (1999) tot aanvulling, wat het klachtrecht van de patiënt betreft, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7/12/87, schept meer duidelijkheid omtrent volgende aspecten:

- in elk ziekenhuis wordt ombudsman benoemd (art.152)

- taken van de ombudsman (art. 153): patiënt informeren over zijn rechten, klachten mbt handelingen of werking van het ziekenhuis registreren, bemiddeling bij klachten,als dit niet lukt, patiënt informeren over te beschikking staande middelen en over bevoegde instanties

- de beheerder stelt de ombudsman de nodige middelen ter beschikking om de taken te kunnen vervullen (art. 154)en hij brengt het bestaan van ombudsman onder de aandacht van de patiënt

- ombudsman wordt na advies van de medische raad door de beheerder benoemd (art. 155)

- iedere belanghebbende kan, binnen 2 jaar na het ontslag van de patiënt uit het ziekenhuis, klacht indienen bij de ombudsman (art.156)

- mits schriftelijke toestemming van de patiënt, heeft hij inzage in het medisch dossier, in aanwezigheid van bv. hoofdgeneesheer (art. 157)

- de ombudsman is ten aanzien van derden gebonden aan beroepsgeheim (art.158)

- hij stelt een jaarlijks verslag op (art.159)

- elk ziekenhuis sluit zich tevens aan bij externe klachtencommissie, gevestigd in de regio (art. 161),

- in deze commissie zijn patiënten, ziekenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, ziekenhuizen uit de regio en beroepsorganisaties vertegenwoordigd (art. 162)

- de commissie behandelt klachten mbt handelingen of werking van het ziekenhuis en klachten mbt ambulante zorgverleners

- uitspraak van de klachtencommissie heeft geen bindende kracht ((art.168)

Wij delen de, naar onze mening terechte vrees, dat de neutraliteit (onafhankelijkheid) van de ombudsdienst danig beperkt zal worden door de relatie ten opzichte van de ziekenhuizen. Daarbij komt de Federale Commissie, die ook volgens ons te weinig vertegenwoordigers van de patiënten zal tellen.

Kan er dan eigelijk nog wel sprake zijn van een wet op patiëntenrechten, ervan uitgaande dat een wettelijke regeling getroffen wordt om rechten te garanderen … ?

Het gestelde probleem van de patiëntenvertegenwoordiging in de federale commissie kan opgelost worden door ‘de patiëntenfederatie’, zoals uitgewerkt in het wetsvoorstel nr. 43 van dhr. Brouns tot erkenning van patiëntenorganisaties en tot oprichting van een federatie voor de behartiging van patiëntenbelangen (1999), over te nemen.

Het wetsvoorstel wil de kansen van patiënten, om bij te dragen tot het beleid, tot de verbetering van de kwaliteit en de toewijzing van de middelen in de gezondheidszorg verhogen. Dit impliceert dat de patiënten zich organiseren, opdat zij collectief kunnen opkomen voor hun rechten, wat meer garanties zal bieden op daadwerkelijke naleving van hun rechten.

Er wordt in een erkenningsprocedure voor patiëntenorganisaties voorzien, waarbij behartiging van de patiëntenbelangen en autonomie één van de voorwaarden tot erkenning zijn.

Als tweede punt wordt de patiëntenfederatie, ter behartiging van de patiëntenbelangen, opgericht. De opgedragen taken hebben tot doel om, samen met de patiëntenorganisaties, de inspraak van de patiënten in het gezondheidsbeleid te organiseren. De federatie is als volgt samengesteld : 15 leden, vertegenwoordigers van de patiënten, die worden voorgedragen door de erkende patiëntenorganisaties, 6 leden voorgedragen door de ziekenfondsen en tot slot 2 ambtenaren met raadgevende stem, aangewezen door de minister van Volksgezondheid.

Tot slot …

De CD&V blijft pleiten voor een versterking van de positie van de individuele patiënt ten overstaan van de zorgverleners. In het verleden werden reeds wetsvoorstellen ingediend die aan de patiënt meer zekerheden kan bieden dan de goedgekeurde wet. Om die reden heeft de kamerfractie zich dan ook onthouden tijdens de stemming van de wet.

Naar de toekomst toe blijft de CD&V ijveren voor een duidelijke regeling van de klachtenbehandeling en dat opzicht zal de verder uitvoering van de wet op de patiëntenrechten door ons op de voet gevolgd worden !

 

18 vragen over uw rechten als patiënt