Kinrooise beschermde monumenten

 

 

Zorgvlietmolen
(Oude Kerkstraat, Molenbeersel)

Deze gaaf bewaarde windmolen van het type berg- of beltmolen werd in 1919 gebouwd door Godfried Truyen-Smeyers ter vervanging van een achtkantige, houten bovenkruier van 1817 of 1818, gebouwd door M. Hoeken uit Rotem en J. Smeets uit Beersel. In 1882 kwam deze molen in het bezit van de familie Truyen-Smeyers en Stevens. Ze werd in 1914 afgebroken. De huidige molen kreeg vlak vóór W.O. II een dieselmotor, in de jaren ‘50 werd deze vervangen door een elektrische motor. Sinds 1957 is ze eigendom van de familie Truyen-Swillen. Ze werd in 1967 gerestaureerd. Ze is sinds 1971 buiten bedrijf. Onlangs kreeg ze nog een zeer geslaagde restauratiebeurt. Deze molen werd beschermd bij koninklijke besluit van 7 december 1959.

 

 

 

Keyersmolen
(Smeetsstraat, Molenbeersel)

Deze bergmolen werd in 1869 gebouwd door Jan Keyers-Vaneygen en is sindsdien altijd in het bezit van dezelfde familie gebleven.  Ze maalde tot W.O. II uitsluitend op wind. Rond 1900 werd ze een eerste keer gerestaureerd, een tweede grondige restauratie gebeurde in 1968-1969. In de poort is nog een natuurstenen sluitsteen te zien met opschrift: “J K / MCVE / 1869” (Jan Keyers en Maria Catharina Vaneygen). Het molenwerk bleef volledig behouden en de molen is nog in bedrijf. Hier worden jaarlijks de bekende Molenfeesten gehouden. De molen werd beschermd bij koninklijk besluit van 7 december 1959. Bij besluit van 30 mei 1994 werd ook de omgeving opgenomen in de bescherming.

 

 

 

 

Windmolen De Korenbloem
(Heerweg, Ophoven)

Deze nu tot ruïne vervallen bakstenen beltmolen van het bovenkruierstype werd waarschijnlijk in 1806 gebouwd. Boven in de molen bevindt zich een trap met opschrift “Linsen A. Waetfuct 1806”.  J. Van Aken kocht de molen in 1934 en moest het bedrijf stopzetten rond 1940. Sindsdien heeft men het verval niet kunnen stoppen. Toch werd ze bij koninklijk besluit van 20 december 1974 beschermd.

 

 

 

Lemmensmolen
(Breeërsteenweg, Kinrooi)

Deze stenen beltmolen werd in 1856 gebouwd door Frans Verbeek en Maria Gertrudis Coenen (zie steen boven toegangspoort). In 1919 kocht  Jan Lemmens-Truyen de molen en het molenhuis. Vanaf dan spreken we van de Lemmensmolen. In 1962 nam Hubert Lemmens-Breukers de molen over van zijn vader en maalde nog enkele jaren met windkracht. Daarna schakelde hij over op een mazoutmotor. In 1979 werd de molen een eerste keer opgeknapt. Een grondige restauratie volgde in 1989. De molen is nog altijd maalvaardig. Ze werd beschermd bij koninklijk besluit van 17 februari 1981.

 

 

 

Kasteel Borgitter en omgeving
(Kasteelstraat, Kessenich)

Borgitter bestaat uit een classicistisch kasteel (18de eeuw, oorspronkelijk van omstreeks 1500) met oudere hoektoren (1610) in Maasstijl en een neerhof waar zich de 18de eeuwse hoevengebouwen (Breukskenshof en Halfeshof), een rentmeesterswoning en een watermolen (17de eeuw) bevinden. Het kasteel is omgracht. Tot aan de Franse revolutie was het bewoond door de familie Van Waes. In 1800 kwam het in het bezit van de familie Michiels. In 1970 werd het goed aangekocht door Peter Meuser die het mooi liet restaureren. Het kasteel en de bijgebouwen zijn sinds 13 januari 1981 beschermd.

 

 

 

Houbenhof (Herenhuis)
(Aan de Maas, Kessenich)

Houbenhof is een van de indrukwekkendste boerderijen uit het Maasland die gelegen is recht tegenover het vestingsstadje Stevensweert (van waar je ook het mooiste zicht hebt op deze boerderij). Het werd (herop)gebouwd in 1759 door Peter Houben. In 1944 werd het platgebrand door de Duitsers maar in 1945 werd het terug opgebouwd. De hoeve ligt achter de Maasdijk, op een stuk land dat gespaard bleef door de ontgrinding. Ze functioneerde vroeger ook als een schippersherberg en een veerpont naar Stevensweert dat in 1950 verdween. De oorsprong van deze hoeve klimt op tot de periode 1660-1664 (aankoop grond door Aert Houben). In 1681 was er al een herberg gevestigd. Op de thans niet meer aanwezige gevelsteen werd 1759 vermeld als heropbouwdatum voor Houbenhof. In 1804 en 1810 werden nog verbouwingen uitgevoerd door weduwe C. Houben (gevelstenen).
Houbenhof en omgeving werden beschermd bij ministerieel besluit van 27 januari 2004.

 

 

 

Mottetoren
(Kerkstraat, Kessenich)

Op deze plaats werden in 1870, 1966, 1972 en 1984 opgravingen gedaan. Daaruit blijkt dat zich op de motheuvel resten van vier bouwfasen bewaard zijn gebleven. De oudste resten zijn die van de achthoekige burchttoren (waarschijnlijk 12de eeuw). Verder zijn er ook nog sporen zichtbaar van een 16de eeuwse constructie. Uit het recentste archeologisch onderzoek (waarbij Karolingisch aardewerk werd opgegraven) blijkt dat de 12de eeuwse mottetoren een voorganger heeft gehad die zeker opklimt tot de 10de eeuw. In een laatste fase (1899) werden alle resten genivelleerd en werd er de grafkapel van de familie Michiels bovenop gebouwd. Deze site werd beschermd bij ministerieel besluit van 30 april 2004.

 

 

 

Grafkapel familie Michiels
(Kerkstraat, Kessenich)

Deze kapel werd in 1899 door baron Michiels van Kessenich (bewoner van kasteel Borgitter) gebouwd op de genivelleerde resten van de burcht van Kessenich. In de binnenmuren werden grafstenen aangebracht van de diverse familieleden die er begraven werden. Binnenin staat een gepolychromeerd neo-gotisch houten O.-L.-Vrouwebeeld onder baldakijn dat dateert van het einde van de 19de eeuw. De kapel werd evenals de resten van de mottetoren beschermd bij ministerieel besluit van 30 april 2004.

 

 

 

Sint-Martinuskerk
(Kerkstraat, Kessenich)

De gotische toren in mergelsteen is het enige overgebleven bouwwerk van een vroegere kerk uit de 16de eeuw. Het onderste deel van de toren bestaat uit primitief metselwerk van onregelmatige maasstenen, waarschijnlijk daterend uit de 12de eeuw. Voor het portaal liggen twee kalkstenen maaskapitelen, afkomstig van de vroeg-gotische kerk.
De huidige kerk werd in 1898-1899 gebouwd in neo-gotische stijl naar een ontwerp van J. Tonnaer. De kerk kwam mede tot stand dankzij de financiële steun van baron Michiels. Tot het interieur behoren o.a. een 16de eeuws gepolychromeerd houten beeld van Sint-Martinus, een 16de eeuwse St.-Anna-ten-Drieën, een laat-gotisch Maaslands triomfkruis en een hardstenen Maaslandse doopvont met vier bustes (16de eeuw). Het prachtige neo-gotisch interieur zorgt ervoor dat deze kerk met recht de titel van ‘Parel van het Maasland’ draagt.
De kerk werd beschermd bij ministerieel besluit van 30 april 2004. 

 


Grafstenen
van Malsen en Houben
(Kerkstraat, Kessenich)

 Aan de rechterkant van de Sint-Martinuskerk op het kerkhof bevinden zich de grafstenen van Guido van Malsen en de familie Houben (van Houbenhof).
Guido van Malsen (+ 1618) was heer van Kessenich en was getrouwd met Joanna van Kessenich (+ 1636 of 1637). In de zeer verweerde grafsteen kan men nog twee wapenschilden en zestien kwartieren zien.
Naast deze grafsteen staat het hardstenen grafkruis van Hobricht van Lind (+ 1678) en zijn vrouw Neelken Leurs (+ 1694), Dirck Houben (+ 1679) en Ian Houben (+ 1698), allen bewoners van het Houbenhuis of Herenhuis aan de Maas. Ook deze grafstenen werden beschermd bij ministerieel besluit van 30 april 2004.

 

 

 

Slichtenhof
(Slichtestraat, Molenbeersel)

Slichtenhof is een voor de Kempen zeer zeldzaam behouden voorbeeld van een hoeve uit de eerste helft van de 19de eeuw. Zij wordt voor het eerst vermeld in 1530. Het L-vormige hoofdgebouw dateert echter van 1841. In 1831 was Elizabeth Houben eigenares van Slichtenhof, zij noemde zich “molenaresse te Molenbeersel”, aangezien haar echtgenoot medebouwer was van de iets verder gelegen Zorgvlietmolen.
Uitzonderlijk is het feit dat de onmiddellijke omgeving van de hoeve gaaf bewaard bleef: op het erf bevindt zich nog de waterput met houten boom en het bakhuis en ernaast zijn de door een meidoornhaag omgeven moestuin en boomgaard nog aanwezig.
Slichtenhof werd beschermd bij ministerieel besluit van 17 oktober 2005. 

 

 

 

Huis Reynders en omgeving
(Maasstraat, Ophoven)

Volgens het chronogram in de gevel dateert dit huis in Maasstijl van 1707: “BIS COMBUSTA/REAEDIFICATA”. Het werd dus in 1707 en heropgebouwd na een (tweede) brand. Waarschijnlijk bouwde Joannes Reynders (+ 1758) het huidige huis. Hij was kapitein van de schuttersgilde. De grafsteen van zijn vrouw Elisabeth Gielen ligt op het kerkhof van Ophoven. Qua stijl dateert het gebouw in elk geval uit het begin van de 18de eeuw. Op de latei aan de voorkant is het opschrift IHS te zien. De familie Reynders woont al zeker sinds 1616 in Ophoven. In de volgende eeuwen bekleedden tal van familieleden het ambt van schepen en kapitein van de schutterij.
Links van huis Reynders ligt een ommuurd weiland. Hier bevond zich vroeger de pastorie. Ten oosten van de pastorie lag de thans verdwenen tiendschuur (afgebroken in 1889) van Ophoven.
Huis Reynders en omgeving werden beschermd bij ministerieel besluit van 20 oktober 2005. 

 

 

Huis Gielen
(Maasstraat, Ophoven)

Dit laat-classisistisch herenhuis werd in 1821 gebouwd door Lambert Rutten-Gielen. Zijn initialen staan in Naamse steen gebeiteld boven de ingangsdeur, evenals het jaartal 1821. Opmerkelijk zijn de deur in hardstenen omlijsting  en het oorspronkelijk Lodewijk XVI-houtwerk, de oorspronkelijke bel en het bovenlicht met roedenverdeling.  Hier woonde Jozef Gielen, burgemeester van Ophoven van 1946 tot 1958.
In de met laat-gotische motieven (tweede helft zestiende eeuw) versierde kalkstenen stoeprand bleven de resten bewaard van de thans verdwenen Filomena-kapel die aan dit kruispunt stond. In deze kapel waren materialen verwerkt van het Prinsenhof, het Maaseiker jachtslot van de prins-bisschop van Luik.
Het huis werd beschermd bij ministerieel besluit van 20 oktober 2005. 

 

 

Grafkapel Monseigneur Rutten
(Pastorijstraat, Geistingen)

In 1839 werd de oorspronkelijke kerk van Geistingen op deze locatie afgebroken. Enkel het koor bleef bewaard en werd ingericht als Sint-Barbarakapel. In 1905 verkreeg Martinus Hubertus Rutten (1841-1927), bisschop van Luik, de toestemming om de kapel in te richten als grafkapel voor hem en zijn broer kanunnik Hendricus Hubertus Rutten (1852-1929). In 1905-1906 werd de kapel gerestaureerd door aannemer J. Janssen uit Neerpelt. In 2000-2004 werd er een nieuwe vloer gelegd, het dak hersteld en de glasramen gerestaureerd.
In het plafond van de kapel werd een sculptuur van een duif (symbool voor de Heilige Geest) aangebracht die afkomstig is van de vroegere kerk en voor het eerst vermeld werd in 1765. Deze kapel werd beschermd bij ministerieel besluit van 28 november 2005.

 

 

 

Kapel van O.-L.-Vrouw van Lourdes
(Weertersteenweg, Molenbeersel)

In 1902-1903 werd in de buurt van deze plaats een O.-L.-Vrouw van Lourdeskapel gebouwd ter vervanging van een ouder kruis of kapel die al minstens van het einde van de 18de eeuw dateerde. Deze kapel werd al in 1909 afgebroken bij de aanleg van de tramlijn Maaseik-Weert. In 1910 werd tegenover het oude gemeentehuis een nieuwe kapel gebouwd naar een ontwerp van J. Stals uit Stramproy. In de absis is een grot van Lourdes opgebouwd. Boven de deur kan men het volgende opschrift lezen: “De parochianen aan hunne moeder Maria, 1910, C. Gubbels pastoor, L. Roex, kapelaan”.
Deze kapel werd beschermd bij ministerieel besluit van 9 december 2005.